Ik heb een puberende zoon. Leuke vent, 14 jaar, 3HAVO, slotjesbeugel, af en toe een puist, te veel gel in zijn haar en laaghangende broeken waarbij kruis op de knie hangt en onderbroeken goed zichtbaar zijn. Een heel normale puber dus.
Met de bijbehorende discussies. Over computergebruik, tijdstip van thuiskomen en wel of geen oorbel. Uiteraard is hij zijn grenzen aan het zoeken. En aan het oprekken. Aan mij de taak die grenzen te bewaken. En dat is een zware klus.
Afgelopen weekend werd dat weer eens duidelijk. Terwijl ik met manlief een afspraak heb met vrienden buiten onze woonplaats, grijpt puberzoon zijn kansen. We hebben afgesproken dat hij naar een vriend mag, maar om half elf thuis moet zijn.
Om kwart over tien krijg ik een Whatsappje:
‘R. is er ook hy mag logeren. Ik ook? Anders iets later thuiskomen, filmpje afkijken?’
‘Vooruit, elf uur thuis, uiterlijk. Deur op slot en achter afsluiten’
‘R. mag uiterlijk 12 uur thuis komen. Ik ook?’
Ik raak geïrriteerd en app terug ‘afspraak is afspraak’. Hij reageert direct met een ‘ok’. Opgelucht haal ik adem. Opgelost. Maar enkele minuten later ontspint zich een nieuwe appdiscussie.
‘Z’n ouders zyn nu thuis mag ik dan wat langer’
‘Nee!!!!!’
Oke, maar kan ik dan nog even naar R.?’
‘Nee!!! Naar huis en basta.’
De volgende dag vertel ik hem over mijn irritaties. En over het stellen van grenzen. Ik leg hem uit dat er papieren grenzen zijn en grenzen van beton. In papier kun je makkelijk een gat maken, zodat je weer verder kunt. Met beton lukt dat niet. Daar kun je niet doorheen. Je kunt er hoogstens tegenaan lopen en dan bezeer je je. Was ik duidelijk? Hij knikte, zei dat íe dacht dat ‘ie het begreep.
Gisterenmiddag appte hij weer. ‘Mocht ik nu blijven eten of zat er het woordje niet tussen’.
Puberzoon probeert weer de grenzen op te rekken, maar die blijkt vandaag van beton te zijn.
maandag 13 februari 2012
dinsdag 31 januari 2012
Interviewen zoals Wilfried - 5 tips
Gisterenavond keek ik naar 24 uur met. Een televisieprogramma waarin Wilfried de Jong een etmaal lang zijn gast ondervraagd. Beiden zitten al die tijd opgesloten in een ruimte.
Het lukt Wilfried iedere keer weer om een mooi programma te maken. Zijn interviewtechniek kun je ook gebruiken voor het schrijven van human interestverhalen, bedacht ik me na het bekijken van de uitzending met Herman den Blijker.
Hierbij de 24uurs-inspiratie:
1. Laat regelmatig een stilte vallen. Reageer niet te snel, maar gun je gast de tijd om na te denken en op zichzelf te reageren.
Wilfried vroeg waarom Herman aan het lijnen was. ‘Omdat ik zwaar ben,’ antwoordde Herman. ‘Gewoon te dik dus,’ reageerde Wilfried en hij gaf Herman de kans om heel lang na te denken. ‘Ja,’ was het antwoord, ‘daar komt het eigenlijk wel op neer.’ Het kostte Herman schijnbaar moeite om dit toe te geven.
2. Durf door te vragen. Neem niet snel genoegen met een antwoord, maar probeer de kern te pakken te krijgen.
Toen het over Hermans gevoelens voor zijn zoontje ging, bleef Wilfried doorvragen. Was het alleen liefde, was het ook verantwoording? Uiteindelijk stelde hij de vraag of het wellicht gewoon een dierlijk gevoel was. Kijk, dan kom je tot de essentie.
3. Ga mee met de passie van je gast. Leef je zoveel mogelijk in. Probeer te begrijpen waar die passie vandaan komt en wat dat bij iemand teweeg brengt. Maar ken je grenzen hierin.
Herman en Wilfried, twee kalende Rotterdammers. Herman rookte ’s middags een sigaar en Wilfried pafte mee. Uren later rookt Herman nog steeds, Wilfried is inmiddels gestopt.
4. Maak het de gast altijd naar de zin. Zorg dat iemand zich op zijn gemak voelt en geeft hem of haar een gevoel van vertrouwen.
Herman is aan het lijnen, ontdekt pindarotsen. Daar is íe dol op en het zal lastig worden om ze te weerstaan. Wilfried gooit de pindarotsen weg zodat Herman niet in de verleiding kan komen.
5. Vat af en toe samen. Doe dit op een manier die passend is bij de setting. Of die een uitspraak kan ontlokken, scherp en oplettend.
Herman vertelt over zijn jeugd en dat hij veel bij vrienden en vriendinnen sliep. Hij ging niet naar de middelbare school. Hing wat rond. ‘Je bent eigenlijk gewoon een zwerver,’ concludeert Wilfried.
Het lukt Wilfried iedere keer weer om een mooi programma te maken. Zijn interviewtechniek kun je ook gebruiken voor het schrijven van human interestverhalen, bedacht ik me na het bekijken van de uitzending met Herman den Blijker.
Hierbij de 24uurs-inspiratie:
1. Laat regelmatig een stilte vallen. Reageer niet te snel, maar gun je gast de tijd om na te denken en op zichzelf te reageren.
Wilfried vroeg waarom Herman aan het lijnen was. ‘Omdat ik zwaar ben,’ antwoordde Herman. ‘Gewoon te dik dus,’ reageerde Wilfried en hij gaf Herman de kans om heel lang na te denken. ‘Ja,’ was het antwoord, ‘daar komt het eigenlijk wel op neer.’ Het kostte Herman schijnbaar moeite om dit toe te geven.
2. Durf door te vragen. Neem niet snel genoegen met een antwoord, maar probeer de kern te pakken te krijgen.
Toen het over Hermans gevoelens voor zijn zoontje ging, bleef Wilfried doorvragen. Was het alleen liefde, was het ook verantwoording? Uiteindelijk stelde hij de vraag of het wellicht gewoon een dierlijk gevoel was. Kijk, dan kom je tot de essentie.
3. Ga mee met de passie van je gast. Leef je zoveel mogelijk in. Probeer te begrijpen waar die passie vandaan komt en wat dat bij iemand teweeg brengt. Maar ken je grenzen hierin.
Herman en Wilfried, twee kalende Rotterdammers. Herman rookte ’s middags een sigaar en Wilfried pafte mee. Uren later rookt Herman nog steeds, Wilfried is inmiddels gestopt.
4. Maak het de gast altijd naar de zin. Zorg dat iemand zich op zijn gemak voelt en geeft hem of haar een gevoel van vertrouwen.
Herman is aan het lijnen, ontdekt pindarotsen. Daar is íe dol op en het zal lastig worden om ze te weerstaan. Wilfried gooit de pindarotsen weg zodat Herman niet in de verleiding kan komen.
5. Vat af en toe samen. Doe dit op een manier die passend is bij de setting. Of die een uitspraak kan ontlokken, scherp en oplettend.
Herman vertelt over zijn jeugd en dat hij veel bij vrienden en vriendinnen sliep. Hij ging niet naar de middelbare school. Hing wat rond. ‘Je bent eigenlijk gewoon een zwerver,’ concludeert Wilfried.
Labels:
24 uur met,
inspiratie,
interviewen
donderdag 12 januari 2012
Van zzp naar zp
Vanochtend zag ik het weer. Ik kreeg een tekst van een ondernemer die zichzelf ZZP-er noemt. Het is opvallend hoe vaak die term verkeerd geschreven wordt. Het lijkt wel of iedere zelfstandige ondernemer zonder personeel er zijn eigen schrijfwijze op na houdt. In hoofdletters, kleine letters, met streepje of apostrof: ZZP’er, ZZP-er, zzp’er of zzp-er.
De afkorting zzp staat voor zelfstandige zonder personeel. Die term schrijf je niet in hoofdletters, en dus schrijf je de afkorting ook niet in hoofdletters. Vergelijk het met termen als ict’er, hbo’er en mkb’er.
De juiste schrijfwijze is zzp’er, met apostrof. Geen streepje, omdat je een streepje na een afkorting alleen gebruikt in samenstellingen: woorden die uit twee of meer zelfstandige delen bestaan. Bijvoorbeeld: zzp-korting, hbo-studie, PvdA-leider of cd-rekje.
Nog even over die zzp’er. Eigenlijk een heel gekke term. Zelfstandige zonder personeel. Dat ben ik als moeder toch ook? In die rol ben ik heel zelfstandig en ik heb, helaas, geen nanny of poetsvrouw. Toch noem ik mezelf in die rol geen zzp’er. Volgens mij geen enkele moeder trouwens. Als ondernemer ben ik wel een zzp’er. Maar, eerlijk gezegd, ik gebruik die term vrijwel nooit. Steeds vaker hoor ik de term zelfstandige professional. Een term die, wat mij betreft, veel meer zegt. Een zelfstandige professional is een zp’er. Met kleine letters.
De afkorting zzp staat voor zelfstandige zonder personeel. Die term schrijf je niet in hoofdletters, en dus schrijf je de afkorting ook niet in hoofdletters. Vergelijk het met termen als ict’er, hbo’er en mkb’er.
De juiste schrijfwijze is zzp’er, met apostrof. Geen streepje, omdat je een streepje na een afkorting alleen gebruikt in samenstellingen: woorden die uit twee of meer zelfstandige delen bestaan. Bijvoorbeeld: zzp-korting, hbo-studie, PvdA-leider of cd-rekje.
Nog even over die zzp’er. Eigenlijk een heel gekke term. Zelfstandige zonder personeel. Dat ben ik als moeder toch ook? In die rol ben ik heel zelfstandig en ik heb, helaas, geen nanny of poetsvrouw. Toch noem ik mezelf in die rol geen zzp’er. Volgens mij geen enkele moeder trouwens. Als ondernemer ben ik wel een zzp’er. Maar, eerlijk gezegd, ik gebruik die term vrijwel nooit. Steeds vaker hoor ik de term zelfstandige professional. Een term die, wat mij betreft, veel meer zegt. Een zelfstandige professional is een zp’er. Met kleine letters.
Labels:
zzp'er zp'er
donderdag 22 december 2011
Vijf mooie kerstverhalen
Ieder jaar vraagt mijn schoonmoeder om tijdens het kerstdiner een verhaal voor te lezen. Toen de kinderen klein waren, las ik het kerstverhaal van Dick Bruna, Pippi Langkous, verhalen van de kleine kerstman en Madieke in de sneeuw voor. En het meisje met de zwavelstokjes. Een van onze favorieten.
De afgelopen twee jaar waren we tijdens de kerstdagen op vakantie. Het kerstverhaal bleef achterwege, maar komende kerst schuiven we weer bij schoonmoeder aan. En dus mag ik weer voorlezen. Al zoekend op het wereldwijde web, kwam ik al een aantal mooie verhalen tegen:
Wolven in de kerstnacht, een Zweeds kerstverhaal
Meisje met de zwavelstokjes
Wedergeboorte van Lydia Rood – leuk interactief verhaal waarbij iedereen kan kiezen vanuit welk perspectief het verhaal verder gaat.
De engel zonder vleugels van Paul Biegel
De man op het schoolplein van Herman van Veen
De afgelopen twee jaar waren we tijdens de kerstdagen op vakantie. Het kerstverhaal bleef achterwege, maar komende kerst schuiven we weer bij schoonmoeder aan. En dus mag ik weer voorlezen. Al zoekend op het wereldwijde web, kwam ik al een aantal mooie verhalen tegen:
Wolven in de kerstnacht, een Zweeds kerstverhaal
Meisje met de zwavelstokjes
Wedergeboorte van Lydia Rood – leuk interactief verhaal waarbij iedereen kan kiezen vanuit welk perspectief het verhaal verder gaat.
De engel zonder vleugels van Paul Biegel
De man op het schoolplein van Herman van Veen
Labels:
kerstverhaal
woensdag 21 december 2011
Gemiste kans
Het was een aardig gesprek. Met twee mannen. Ze hadden een degelijk en best wel saai bedrijf. Daar vertelden ze het een en ander over. Rustig, beheerst en zichtbaar alert op hun woordkeuze. Het ging over kwaliteit, betrokkenheid, het onderscheidende vermogen en de professionaliteit van hun medewerkers. En hun drang om nieuwe producten te ontwikkelen. Dat was niet makkelijk in hun branche. Maar het was ze gelukt. Ze hadden iets nieuws, iets unieks ontwikkeld.
Enthousiast vertelden ze hun verhaal. Hun ogen glommen, ze struikelden bijna over hun woorden en vulden elkaar lachend aan. Met drukke handgebaren onderstreepten ze hoe leuk het was om een nieuw product te ontwikkelen. En hoe hilarisch de testfase was geweest.
Geboeid luisterde ik naar een verhaal dat leek op een spannend jongensboek. Hier zat een leuk artikel in. Tevreden ging ik even later naar de studio om het artikel te schrijven. Al schrijvend bedacht ik me hoe leuk die mannen eigenlijk waren. Ze hadden iets kwajongensachtig.
De volgende dag leverde ik mijn artikel in. Ik was tevreden, maar helaas, de mannen vonden het artikel minder. Een te hoog cowboygehalte, was hun reactie. De uitvinding van het nieuwe product was slechts een niche in de markt. Wel een bijzondere, maar niet iets om de aandacht op te vestigen. Ze wilden vooral een serieuze indruk achterlaten en het artikel moest dan ook gaan over ‘de hoogstaande kwalitatieve dienstverlening waarbij we innoverend zijn en nieuwe concepten creëren’.
Bleken die kwajongensachtige mannen ineens toch heel saaie degelijke veertigers te zijn.
Enthousiast vertelden ze hun verhaal. Hun ogen glommen, ze struikelden bijna over hun woorden en vulden elkaar lachend aan. Met drukke handgebaren onderstreepten ze hoe leuk het was om een nieuw product te ontwikkelen. En hoe hilarisch de testfase was geweest.
Geboeid luisterde ik naar een verhaal dat leek op een spannend jongensboek. Hier zat een leuk artikel in. Tevreden ging ik even later naar de studio om het artikel te schrijven. Al schrijvend bedacht ik me hoe leuk die mannen eigenlijk waren. Ze hadden iets kwajongensachtig.
De volgende dag leverde ik mijn artikel in. Ik was tevreden, maar helaas, de mannen vonden het artikel minder. Een te hoog cowboygehalte, was hun reactie. De uitvinding van het nieuwe product was slechts een niche in de markt. Wel een bijzondere, maar niet iets om de aandacht op te vestigen. Ze wilden vooral een serieuze indruk achterlaten en het artikel moest dan ook gaan over ‘de hoogstaande kwalitatieve dienstverlening waarbij we innoverend zijn en nieuwe concepten creëren’.
Bleken die kwajongensachtige mannen ineens toch heel saaie degelijke veertigers te zijn.
Labels:
interviewen
woensdag 30 november 2011
Namen zijn gewoon niet mijn ding
Namen zijn belangrijk. Maanden denken we na over de naam van ons toekomstige kind. Zelfs over de naam van huisdieren ontstaat menige ruzie. Een naam heeft een betekenis en geeft bestaansrecht. Belangrijk dus om namen goed te onthouden.
Zelf maakt het me niet zoveel uit. Mijn naam is al duizenden keren verbastert tot Teja, Thea, Trees of Thera. Geen probleem, ik ben wie ik ben en een letter meer of minder veranderd daar niets aan.
Helaas ben ik een van de weinigen die er zo over denkt. Onlangs las ik dat de meeste mensen het belangrijk vinden om met de juiste naam aangesproken te worden. Een naam zegt iets over de persoonlijkheid. Het kennen van een naam zou een vorm van oprechte belangstelling zijn en een bepaalde intimiteit weergeven.
Ik realiseerde me ineens hoe zwaar de mensen om mij heen het hebben. Regelmatig haal ik de namen van mijn dochters door elkaar. Als mijn broer langs geweest is, noem ik man en zoon dagenlang bij zijn naam. Gelukkig is mijn omgeving er inmiddels aan gewend dat ik met het grootste gemak Ileen Lise noem, Harm zeg waar ik Wout bedoel of Nancy zeg terwijl ik toch echt met Sandie in gesprek ben.
Lastiger wordt het als je onbekende mensen interviewt. Ik probeer me te focussen op namen, maar af en toe gaat het mis. Zo heette Johan eigenlijk John en Peter is gewoon Pieter. Vanochtend werd ik gebeld door Maria, of er sprake was van een typefout omdat in het artikel de naam Marian stond.
Ik ken mijn tekortkoming en laat mijn stukken altijd nog even lezen aan de geïnterviewden. En voor de toekomst; sorry mensen, het is geen onwil, neem het niet persoonlijk. Ergens in mijn genen is het misgegaan en ik bied hierbij alvast mijn nederige excuses aan voor de komende fouten.
Zelf maakt het me niet zoveel uit. Mijn naam is al duizenden keren verbastert tot Teja, Thea, Trees of Thera. Geen probleem, ik ben wie ik ben en een letter meer of minder veranderd daar niets aan.
Helaas ben ik een van de weinigen die er zo over denkt. Onlangs las ik dat de meeste mensen het belangrijk vinden om met de juiste naam aangesproken te worden. Een naam zegt iets over de persoonlijkheid. Het kennen van een naam zou een vorm van oprechte belangstelling zijn en een bepaalde intimiteit weergeven.
Ik realiseerde me ineens hoe zwaar de mensen om mij heen het hebben. Regelmatig haal ik de namen van mijn dochters door elkaar. Als mijn broer langs geweest is, noem ik man en zoon dagenlang bij zijn naam. Gelukkig is mijn omgeving er inmiddels aan gewend dat ik met het grootste gemak Ileen Lise noem, Harm zeg waar ik Wout bedoel of Nancy zeg terwijl ik toch echt met Sandie in gesprek ben.
Lastiger wordt het als je onbekende mensen interviewt. Ik probeer me te focussen op namen, maar af en toe gaat het mis. Zo heette Johan eigenlijk John en Peter is gewoon Pieter. Vanochtend werd ik gebeld door Maria, of er sprake was van een typefout omdat in het artikel de naam Marian stond.
Ik ken mijn tekortkoming en laat mijn stukken altijd nog even lezen aan de geïnterviewden. En voor de toekomst; sorry mensen, het is geen onwil, neem het niet persoonlijk. Ergens in mijn genen is het misgegaan en ik bied hierbij alvast mijn nederige excuses aan voor de komende fouten.
zondag 20 november 2011
Do’s en don’ts van intro’s
Studenten derdejaars journalistiek maken een magazine. Al weken zijn ze druk met het bladritme, invalshoeken voor artikelen, fotografen zoeken, illustratoren en vormgevers briefen en schrijven. Veel schrijven. De meeste kunnen dat wel. De mooiste reportages en journalistieke verhalen komen binnen. De grappigste weetjes en onverwachte feiten worden verrassend fris opgeschreven.
Maar een onderdeel is onder de maat. Het schrijven van een intro. Zo’n klein pakkend verhaaltje dat de lezer het verhaal intrekt. Dat de urgentie van het verhaal laat zien. Lastig, heel lastig.
Daarom vijf do’s en drie don’ts.
Do:
1. Kort, korter, kortst. Gebruik niet meer dan 40 woorden en blijf schrappen. Hoe korter hoe beter.
2. Zorg dat het intro ontroert, verrast of spanning oproept.
3. Zorg voor afwisseling. Lange én korte zinnen. Desnoods van een woord.
4. Begin met een vraag.
5. Eindig met een belangrijke quote uit het interview of duidt het genre: een verhaal, het gesprek.
Voor alle do’s geldt: zorg in je magazine voor afwisseling. Want ook hier is variatie noodzakelijk om de lezer te blijven verrassen.
Don’t:
1. Geen details of centrale boodschappen, het gaat om de grote lijn.
2. Niet twee keer hetzelfde woord.
3. Geen lijdende zinnen.
Maar een onderdeel is onder de maat. Het schrijven van een intro. Zo’n klein pakkend verhaaltje dat de lezer het verhaal intrekt. Dat de urgentie van het verhaal laat zien. Lastig, heel lastig.
Daarom vijf do’s en drie don’ts.
Do:
1. Kort, korter, kortst. Gebruik niet meer dan 40 woorden en blijf schrappen. Hoe korter hoe beter.
2. Zorg dat het intro ontroert, verrast of spanning oproept.
3. Zorg voor afwisseling. Lange én korte zinnen. Desnoods van een woord.
4. Begin met een vraag.
5. Eindig met een belangrijke quote uit het interview of duidt het genre: een verhaal, het gesprek.
Voor alle do’s geldt: zorg in je magazine voor afwisseling. Want ook hier is variatie noodzakelijk om de lezer te blijven verrassen.
Don’t:
1. Geen details of centrale boodschappen, het gaat om de grote lijn.
2. Niet twee keer hetzelfde woord.
3. Geen lijdende zinnen.
Labels:
intro schrijven,
magazine,
schrijftip
Abonneren op:
Berichten (Atom)